Te vergoeden belastingrente Vpb weer terug naar 8%

Per 1 september 2023 bedraagt de te vergoeden belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) weer 8%. Daarmee is dit percentage weer gelijk aan de te betalen belastingrente voor de Vpb.

Geld

Verschil opgeheven

Vanaf 1 maart 2023 waren de rentepercentages voor de belasting in de Vpb verschillend. Voor te vergoeden belastingrente Vpb gold een percentage van 10,5%, voor de te betalen belastingrente 8%.

Belastingrente

Er wordt belastingrente in rekening gebracht als de Belastingdienst uw aanslag niet op tijd kan vaststellen. Dit is bijvoorbeeld het geval als u te laat aangifte heeft gedaan of als de uiteindelijke aanslag hoger ligt dan zou volgen uit uw aangifte. Anderzijds vergoedt de Belastingdienst belastingrente als de fiscus bijvoorbeeld zonder reden te lang doet over het opleggen van uw belastingaanslag.

Afwijkend percentage

De te vergoeden en de te betalen belastingrente kennen in beginsel eenzelfde percentage. Toch bestond er sinds 1 maart van dit jaar een verschil in te betalen en te ontvangen belastingrente voor de Vpb. De oorzaak lag in het feit dat het percentage volgens de wet zou moeten stijgen naar 10,5%. Het kabinet vond dit ongewenst en handhaafde daarom het percentage op 8% voor te betalen belastingrente. Voor de te ontvangen belastingrente werd de stijging wel doorgevoerd.

Percentage weer gelijk

Het Besluit belasting- en invorderingsrente is inmiddels gewijzigd. Daarin is geregeld dat de te betalen en de te ontvangen rentepercentages weer hetzelfde zijn. Beide worden gesteld op 8%.

Nieuw regime

Staatssecretaris Van Rij heeft kenbaar gemaakt een nieuw regime van belastingrentes na te streven. Uitgangspunt is de verschillen tussen belastingrentepercentages te verkleinen. Ook wil Van Rij het verschil in rentepercentages tussen belasting- en invorderingsrente verkleinen. De staatssecretaris streeft ernaar een en ander per 1 januari 2024 te wijzigen. 

Let op! Of er een nieuw regime kan worden geïntroduceerd is onder meer afhankelijk van het feit of die plannen niet controversieel verklaard worden in verband met het vallen van het kabinet.